Faberyayo - Yaynews Issue #213 - 13 augustus

Faberyayo - Yaynews | Comfy season
De bebossing bleek om een beekje heen te zijn geformeerd.
Het was vrijwel uitgedroogd maar had ondanks de hitte helemaal op de bodem nog wat gaande. De bomen waren naar beneden gebogen om zo goed mogelijk van het overgebleven bewegende water gebruik te maken. Hun bladeren waren grijs van de modder en donker oranje van het stof. Van rechts klonk een plonsje. De professor schrok zich een tia. Wat de fak was dat.
Haar ogen schoten alle kanten op. De caffeïne uit de koffie die de professor had gedronken en haar vervolgens gek had gemaakt en daarna leek te zijn verdwenen door het rennen was plotsklaps terug gekeerd. Wat kon het zijn. Was ze in gevaar. Moest de professor wegrennen?
‘Plons!’
Daar was het weer. De professor kon niet wegrennen als haar leven er van af had gehangen. Haar lichaam was volledig verstijfd.
Iets bewoog in haar ooghoek. Op de bodem van het stroompje. Het hart van de professor zat in haar keel.
‘Waarom zoek ik dit op. Ik had om kunnen keren. Waarom ben ik aan het poeren waar niet gepoerd moet-‘
Daar was het geluid nog een keer. Maar nu zag ze het. Het was een ronde achthoek met vier poten en een puntige korte staart en een stomp kopje dat tegen eeuwen aan ecologische verandering bestendig leek.
Het was een schildpad. Een eenzame schildpad die van de schaduw van de wortels van de boom van een kant van het stroompje naar de andere kant schoot.
De professor moest lachen. Eigenlijk huilen. En daarom lachen. Haar hart had in haar keel gezeten. De rechterhand van de professor lag op haar borst en met de linker hield ze een van de voorover gegroeide bomen vast. Ze had er geen erg in gehad. De spanning had het lichaam van de professor verlaten. Zonder dat ze het door had was ze naar beneden gezakt en op haar hurken gaan zitten. Ze pakte wat van de schaduw van de naar beneden gegroeide bomen mee. Het water uit het beekje leek ook koelte af te geven. Dat was misschien een illusie, maar de professor was alsnog dankbaar.
De schildpad kroop langzaam door de grijze modder. Het zag er koel uit. De kop en het schild van de schildpad waren ermee bedekt. De professor was jaloers. Ze overwoog om ook in het beekje te gaan liggen en zich onder te dompelen in de modder.
‘En dan.’
Wist de professor. Het had geen zin om te vluchten. Dit was al een vlucht. Het onderzoekslaboratorium in de woestijn. De stad uit. De tijden van ongegeneerd escaperen waren voorbij. De stem van reden was altijd daar. En erger nog, het was niet langer de stem van een vreemde, een hogere macht, een Japie Krekel, die haar toesprak. Het was gewoon haar eigen stem. Ze werd niet langer toegesproken. De waarheid was er al die tijd al en de kennis daarvan ook. In haar jongere jaren werkte dat anders. Soms ging er dan een nieuwe deur open en viel er een heel nieuw licht op de zaken. Tegenwoordig was het altijd dezelfde stoffige bijkamer die open ging met rommel die weggestopt was om niet mee te hoeven dealen.