Faberyayo - Yaynews Issue #196 - 23 april

 Faberyayo - Yaynews | Comfy season

AVONTUREN OP DE MAAN - WEEK 179

We rijden naar het strand. Het was een dag vol gekke twists en turns via mijn telefoonapparaat. Een ‘ja’ die een ‘nee’ was geworden en toch weer in een ‘ja’ veranderde terwijl ik al berust was geraakt in de ‘nee’. Caffeïne via thuissport naar alle uithoeken van mijn lichaam gepompt. Een nimmer aflatende stroom vraagjes van twee mini-mensjes. Veel geluid. Relaxing Retro Zelda Music over de sonos maar ook een takelwagen die een container kwam plaatsen of juist weghalen en een dak vol enthousiaste klussers die een dak aan het klussen zijn een paar huizen verderop. De weg ernaar toe is minder romantisch dan ik dacht maar als we arriveren is het er weer. Het strand. I love het strand. Vooral hier. Want hier is het het grove einde van de wereld. Tot hier en niet verder. Het water is bijna altijd te koud om te zwemmen en te woest om in te chillen.
Ook vandaag waait het hard. Er is niemand. Er fladderen een paar kitesurfers in de verte en een grote graafmachine rijdt heen en weer. That’s it. We vinden schelpjes en scheermesjes op het natte zand. De lucht is strakblauw. Zelfs de maan is komen kijken. Ik kijk omhoog en laat me verpletteren door de natuur. In de verte steken de torens van de industrie omhoog uit de niet-zee horizon. Ik ben daar ook wel eens geweest, herinner ik me ineens. Het was er toen druk en vies. Ik kan me niet herinneren welke incarnatie van mijn sociale leven dat was. Ik ben in geen tijden aan het strand geweest. ‘s Nachts is het nog sicker. Dan snap je helemaal niet wat er aan de hand is. Een abstrakte donkere bewegende vlek met dat aanzwellende en zuigende geluid in een onregelmatige loop. Ik heb zin om in zo’n hele hoge flat hier te slapen. Een maand een kamer huren en een roman schrijven die ‘Opvallend Gekolk’ heet. In de ochtend drinken we bruine rum en wordt er aan tenen gezogen. De rest van de dag kletteren de woorden uit mijn ziel rechtstreeks via mijn vingertoppen het toetsenbord in. Wat er na die maand mee gebeurt doet er niet toe. Het gaat om die maand en het schrijven zelf. Verbonden met het grote niks dat ons op kan zuigen en vergeten. Een kitesurfkite waait bijna weg tot iemand hem tegenhoudt en de eigenaar van de kitesurfkite iets zegt tegen de tegenhouder. Het lijkt me intens vermoeiend om met zo’n groot apparaat te moeten dealen. We doen nog een paar schelpen in het emmertje en kijken nog een keer naar de maan om daarna terug de duinen in te sjokken. Tevreden. Uitgewaaid. Klaar voor de stad.